De Oude Weteringmolen

 
 
  Inv. nr. 162    
Dorp Streefkerk
  Gemeente Liesveld    
  Eigenaar SIMAV (sinds 1957)    
  Type wipwatermolen    
  Functie tot 1951 het bemalen van de polder Streefkerk c.a.; deze ondermolen behoorde tot een getrapte bemaling.    
  Bouwjaar onbekend    
  Opvoerhoogte niet van toepassing, maalt in circuit.    
  Vlucht 25,80  meter    
  Wiekvorm Oud-Hollands    
  Bovenas Wed. A. Sterkman, 's Gravenhage; het gietnummer bevindt zich waarschijnlijk onder de vulstukken van het bovenwiel, evenals het gietjaar waarvan nog "186." valt te lezen.    
  Roeden binnenroede: Derckx Constructie, Beegden, nr. 181  (1976)
buitenroede: Derckx Constructie, Beegden, nr. 180  (1976)
   
  Wateras gietijzer, fabricage gegevens onbekend.    
  Sintelstuk gietijzer, fabricage gegevens onbekend.    
  Scheprad diameter: 5,94 m
breedte:  0,52 m
   
 
  Historische en technische bijzonderheden  
 

Op 11 juni 1759 werd het maken van nieuwe wielbakken voor de Oude Weteringmolen en de Hoge Tiendwegmolen aanbesteed. De laagste inschrijver was Cornelis Noordegraaf, metselaar te Oud-Alblas, die de werkzaamheden aannam voor f 525.
Op 21 mei 1783 werd een openbare inschrijving gehouden voor het vernieuwen van de voorwaterloop en een gedeelte van de krimpmuur. Het werk werd uitgevoerd door Cornelis Noordegraaf voor f 578.
Op 22 juni 1846 werd voorgesteld de molen vijftig duim te verhogen en het scheprad dertien duim te lichten Door de geringe tasting zou weliswaar het rendement van het scheprad verminderen, maar de dan gunstigere afschothoek van de schoepen werd van meer belang geacht. Hoewel daarvan uit de voorhanden zijnde stukken niets blijkt, is het evenwel ook mogelijk dat met het hoger plaatsen van het scheprad ook de schoepen evenredig werden verlengd waardoor de diameter met circa 26 duim zou zijn toegenomen. Misschien heeft een en ander verband gehouden met de wens de lage boezem, waarop de molen uitsloeg, hoger op te malen dan tot dusver gebruikelijk was. Dat zou ook de verhoging van de molen en de molenwerf verklaren. Deze werkzaamheden werden in 1847 uitgevoerd. Toen de molen op de vijzels stond, werd meteen een muurplaat vernieuwd. Uit een opsomming van te repareren zaken blijkt dat er in 1879 in of bij de molen een stenen bakoven in gebruik was.
In april 1975 werd door molenmakerij J. de Gelder begonnen met een ingrijpende restauratie van de molen. Onder andere werden de roeden met hekwerk en borden, de beplanking van het bovenhuis en de kap, de complete staart, de penbalk, de vangstukken, de schoepen van het scheprad en het rietdek van de ondertoren vervangen. Daarnaast werd nog metselwerk uitgevoerd aan de waterlopen en veldmuren. Na de restauratie werd de molen op 2 september 1976 officieel in bedrijf gesteld. Op dezelfde dag werden ook de Stijve Molen in Meerkerk en de Bonkmolen in Lexmond na restauratie officieel in bedrijf gesteld.
Enkele jaren na de restauratie van de Oude Weteringmolen bleek het vervangen van de voeghouten noodzakelijk waardoor de molen, die tot dan vrijwel wekelijks draaide, opnieuw stil kwam te staan. Het mankement werd in de zomer van 1989 hersteld waarbij nieuwe voegburriebalken, kalven en steenburriebalken werden aangebracht.

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES
De molen heeft een fraaie, opengewerkte makelaar met een windvaan in de vorm van een bazuinengel. In de toog van de achterwaterloop bevindt zich een sluitsteen met het jaartal 1765. In de borstnaald staan de initialen van twee werknemers van de molenmakerij De Gelder, namelijk J.B. voor Johan Barten en H.v.d.G voor Henk van de Giessen. Eveneens is het jaartal 1975 ingehakt.
In de vroegere borstnaald stonden de letters C.K.L. en H.B. alsmede het jaartal 1858. De betekenis hiervan is niet bekend.

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.

 


Plattegrond  
  Index