| |
De molen moet zijn gebouwd
voor 1751. In 1775 werd het maken van een nieuwe stenen wielbak aanbesteed.
Of dit is uitgevoerd is twijfelachtig, want op 15 februari 1786 vond opnieuw
een openbare inschrijving plaats voor het vernieuwen van de wielbak. De
laagste inschrijver was metselaar Ary van Spijk, aan wie het werk voor f 439
werd gegund.
In 1838 blijkt het scheprad te zijn ondergebracht in een ijzeren
ommanteling. In een bestek van uit te voeren onderhoud aan de molen wordt
deze overkapping ‘het kabbeihuis’ genoemd.
In 1855 werden aan de molen een nieuwe bovenzetel, steenburrie, vier nieuwe
klossen om de koker en een nieuw storm- en trapbint aangebracht. In oktober
1935 kocht het polderbestuur een gebruikte binnenroede voor de molen die
door molenmakerij Gebroeders Van Reek uit Nieuwe Wetering werd opgehekt en
voorzien van het wieksysteem Dekker. Voor het aanbrengen van dit wieksysteem
was Van Reek licentiehouder voor Zuid-Holland. Op 19 november maakte het
polderbestuur aan Van Beek kenbaar niet erg tevreden te zijn over de nieuwe
wiekvorm omdat de molen erg onregelmatig draaide en bij rukwinden ‘holde’.
Werd de molen iets uit de wind gekruid dan klapperden de zeilen weer.
Onderhandelingen met Van Reek hadden echter geen resultaat. Het wieksysteem
bleef gehandhaafd en de nukken ervan moesten op de koop toe worden genomen.
In 1977-1978 vond een uitvoerige restauratie aan de molen plaats die werd
uitgevoerd door molenmakerij v/h b.v. J. de Gelder uit Valkenburg (Z.-H.).
Hierbij werden onder meer de gehele kap, constructiedelen van het bovenhuis,
het wiekenkruis, de staart, het rietdek van de ondertoren, kozijnen, ramen
en deuren en de schoepen van het scheprad vernieuwd. Daarnaast werd nog een
groot deel van het metselwerk van de waterlopen vernieuwd. Het in deze
streek wat ongebruikelijke, maar voor de molen wel karakteristieke
kabbelhuis werd verwijderd. Het scheprad wordt nu half omsloten door een
houten schot. De kosten van deze restauratie beliepen een bedrag van f
300.127,73. Op 25 september 1978 werd de molen opnieuw in gebruik gesteld.
Op dezelfde dag werd ook de Middelmolen te Molenaarsgraaf na een ingrijpende
restauratie in bedrijf gesteld.
Evenals bij de overige wipmolens van deze polder zijn de onderste kapdelen
niet rechtstreeks op de daklijsten genageld maar op een horizontaal liggende
plank die rust op enkele klossen welke zijn aangebracht tegen de buitenzijde
van de daklijsten.
VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES
In de vanghaak is het jaartal 1768 geslagen. In de sluitsteen van de
toog boven de achterwaterloop is het jaartal 1776 gehakt.
De makelaar draagt een windwijzer in de vorm van een haan.
Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten"
van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.
|
|