| |
Op
8 december 1906 brandde de oorspronkelijke wipmolen als gevolg van een
schoorsteenbrand af. De uitgerukte brandweer belandde halverwege
Giessendam en de molen met haar brandspuit in een greppel en kon geen hulp
meer bieden.
Na de brand werd door het polderbestuur overwogen een ronde stenen molen
te laten bouwen. Na een tip van de architect Roozendaal uit Noordeloos
werd echter contact gezocht met het bestuur van de polder Groote Waard
aldaar, omdat die polder wenste over te gaan op stoombemaling waardoor hun
laatste molen, de Grote Molen, buiten bedrijf zou komen. Door het
polderbestuur werd toen een bod van f 2.000 op de molen uitgebracht, dat
door de stemgerechtigde ingelanden van de polder Groote Waard werd
aangenomen. Het afbreken, overplaatsen en weer opbouwen van de molen in
Giessendam werd uitgevoerd door molenmaker H.G. Pellikaan uit Gorinchem
die het karwei had aangenomen voor f 5.200.
De metalen onderdelen van de oude, afgebrande molen, zoals wateras,
scheprad en de twee roeden, werden voor f 375 aan Pellikaan verkocht. De
onderdelen van de in Noordeloos afgebroken molen werden op een dekschuit
over de Giessen naar Giessendam vervoerd. Vanaf de plaats waar deze
dekschuit af kon meren, werd een smalspoor aangelegd over een lengte van
ongeveer 1100 meter. De onderdelen werden zo met behuip van een
locomotiefje en een aantal wagons naar de plaats van bestemming gebracht.
In maart 1974 werd een kleine onderhoudsbeurt aan de molen uitgevoerd.
Hierbij werden onder andere de borstnaald en de baardplanken vernieuwd.
Ruim elf jaar later, in juni 1985, werd een begin gemaakt met een grondige
restauratie van de molen. In hoofdzaak omvatte dit het vervangen van het
wiekenkruis, de trap met hangbomen en staartbalk, twee daklijsten, een
steenlijst, de busbalk, de penbalk, de wolfsbalk, de achterzomer, de
vorstnaald, drie kapspanten, de achtervelgen van het bovenwiel en de
schoepen van het scheprad. Daarnaast werden herstellingen verricht aan het
rietdek op de ondertoren en aan het buiten-toilet. Bovendien werden het
aangebouwde klompenhok en de nabij staande schuur vernieuwd. Het werk werd
uitgevoerd door het molenmakersbedrijf v/h J. de Gelder b.v. te Arkel. Het
herstel aan de krimpmuren werd uitgevoerd door aannemer J. de Bruin uit
Streefkerk, evenals het grotendeels vervangen van de voor- en
achterwaterlopen. Op 11 september 1986 werd de molen door burgemeester B.
van Wouwe van Hardinxveld-Giessendam in bedrijf gesteld door het lichten
van de vang. De restauratie vergde in totaal een bedrag van f 543.830.
Voor het in 1963 geplaatste elektrische vijzelgemaal ten westen van de
molen moest een kruipaal verdwijnen. Ten behoeve van de restauratie van de
molen werd in 1985 het gemaal een tiental meters verder naar het westen
verplaatst zodat de onmisbare kruipaal kon worden herplaatst.
VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES
Op de kap staat een opengewerkte makelaar met een haan als windvaan. Voor
de restauratie was de makelaar van een eenvoudiger vorm.
In de spil staat gehakt:
P.v.d.H. 1774
Geheel onderaan de borstnaald is het jaartal 1856 ingehakt.
Bij het vervangen van de naald in 1974 is deze inscriptie overgenomen van
het oorspronkelijke exemplaar. Het jaartal duidt mogelijk op het vervangen
van het bovenhuis toen de molen nog in Noordeloos stond.
Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot
cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en
Vijfheerenlanden.
|
|