| |
Boterslootse Molen
|
|
| |
| |
Inv.
nr. |
182 |
|
|
| |
Dorp |
Noordeloos |
|
|
| |
Gemeente |
Giessenlanden |
|
|
| |
Eigenaar |
SIMAV
(sinds 1960) |
|
|
| |
Type |
wipwatermolen |
|
|
| |
Functie |
tot
1956 het bemalen van de polder Botersloot |
|
|
| |
Bouwjaar |
1837 |
|
|
| |
Opvoerhoogte |
bij zomerpeil
0,85 m
bij winterpeil 1,00 m |
|
|
| |
Vlucht |
26,60
m |
|
|
| |
Wiekvorm |
Oud-Hollands |
|
|
| |
Bovenas |
De
Prins van Oranje, 's Gravenhage, nr. 721 (1871) |
|
|
| |
Roeden |
binnenroede:
J. Straathof, Rijpwetering, nr. 5 (1983)
buitenroede: J. Straathof, Rijpwetering, nr. 4 (1983) |
|
|
| |
Wateras |
De
Prins van Oranje, 's Gravenhage, nr. 608 (1869) |
|
|
| |
Sintelstuk |
Penn
& Bauduin, Dordrecht (1879) |
|
|
| |
Scheprad |
diameter:
5,58 m
breedte: 0,48 m |
|
|
| |
| |
Historische
en technische bijzonderheden |
|
| |
Nadat
in de nacht van 30 april op 1 mei 1837 de oorspronkelijke molen op deze
plaats als gevoig van blikseminslag geheel atbrandde, werd de bouw van de
huidige molen op 8 juni aanbesteed. De laagste inschrijver was Andries
Bongers uit Brandwijk voor f 12.300 aan wie het werk werd gegund. Het
dagelijks toezicht werd opgedragen aan molenmaker M. van der Haven uit
Noordeloos die ook het bestek voor de herbouw had gemaakt. Tijdens het
bouwen van de molen werd de polder bemalen door de molen van de polder
Blommendaal. Ten behoeve hiervan werd waarschijnlijk de kade, die beide
polders van elkaar scheidde, doorgegraven. Pas in 1919 werd definitief een
duiker in deze kade gelegd om het mogelijk te maken beide polders
gecombineerd te bemalen.
Vanaf 1933 werden plannen voor een hulpmotor in de molen en de bouw van
een gemaal ontworpen, maar pas in 1956 werd een afzonderlijk elektrisch
gemaaltje met een capaciteit van 20 m3/min direct naast de molen
geplaatst. Door deze vervanging van de windbemaling bleef de polder met
een molen zitten die niet meer nodig was voor de bemaling, maar waarop wel
een verbod tot buitenbedrijfstelling en verwaarlozing rustte. Een verzoek
van 10 april 1956 aan Gedeputeerde Staten van Zuid- Holland om ontheffing
van deze bepalingen werd waarschijnlijk onder de voorwaarde ingewilligd
dat de molen bedrijfsklaar bleef.
Op 23 juli 1957 bood het polderbestuur de molen aan de gemeente Noordeloos
te koop aan. In de raadsvergadering van 13 augustus werd besloten niet tot
aankoop over te gaan maar wel de Stichting tot Instandhouding van Molens
in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden in te lichten. Een akkoord
tussen het polderbestuur en de molenstichting kon echter ook niet worden
bereikt. Twee jaar later liet het gemeentebestuur van Noordeloos het
polderbestuur weten nu wel tot overname van de molen bereid te zijn.
Uiteindelijk kwam de verkoop in 1960 onder de volgende voorwaarden voor
het symbolische bedrag van een gulden tot stand. De polder behield vrije
toegang tot het molenerf voor de bediening van het gemaal; de bewoners
behielden het recht op gratis bewoning van de molen; het recht van overpad
van de molen naar de openbare weg werd aan de gemeente overgedragen; na
brand of sloop zouden de restanten aan de polder ter beschikking worden
gesteld. Samen met de molen werd ook een nabijgelegen erf met schuur en
een perceel weiland aan de nieuwe eigenaar overgedragen. Bewoner van de
molen was toen nog steeds molenaar Ravestein, toen 85 jaar oud.
In 1983-1984 werd ten laste van de gemeente door molenmakerij v/h J. de
Gelder b.v. uit Arkel een omvangrijke restauratie uitgevoerd, waarbij
onder meer de staart en het wiekenkruis werden vernieuwd en belangrijke
herstellingen aan het bovenhuis werden uitgevoerd. In 1986 benaderde de
gemeente Giessenlanden als bestuurlijke opvolger van de gemeente
Noordeloos de regionale molenstichting over een eventuele overname van de
molen. De overdracht van de molen vond plaats op 1 mei 1991. Kort voordien
werd een aanvang gemaakt met de tweede fase van het restauratieplan uit
1983-1984. Deze omvatte het verlagen van het scheprad en de wielbak. Als
gevolg van peilverlagingen had het scheprad te weinig tasting gekregen.
Bovendien werden de gemetselde waterlopen en de sprenkelstraat vervangen.
VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES
In de windvaan zijn de letters BS uitgespaard die de naam van de
polder weergeven. Ook in de vroegere borstnaald waren de letters BS
gehakt alsmede het jaartal 1837 dat herinnerde aan de herbouw van
de molen. Deze borstnaald is bij de recente restauratie vervangen. De
vroegere inscripties werden daarbij overgenomen en het jaartal 1983
werd eraan toegevoegd. Op de kap bevindt zich een fraaie opengewerkte
makelaar.
Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot
cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en
Vijfheerenlanden.
|
|