De Hoop Gorinchem

 
 
  Inv. nr. 191    
  Gemeente Gorinchem    
  Eigenaar gemeente Gorinchem ( sinds 1951)    
  Type ronde stenen stellingmolen    
  Functie tot 1949 het vermalen van granen ten behoeve van boeren en bakkers.    
  Bouwjaar 1764    
  Vlucht 24,05 meter    
  Wiekvorm Oud-Hollands (sinds 1965)    
  Bovenas Enthoven & Co., ’s Gravenhage, gietnummer onder de vulstukken (1858)    
  Roeden binnenroede: Derckx Constructie, Beegden, nr. 431 (1982)
buitenroede: Derckx Constructie, Beegden, nr. 430 (1982)
   
  Inrichting twee koppels 17der kunststenen met elk een regulateur, afschietwerk, mengketel, koekenbreker, sleepluiwerk.    
 
  Historische en technische bijzonderheden  
 

Voor de bouw van de huidige molen in 1764 stond op dit stadsbolwerk een 
standerdmolen die uit 1634 dateerde. Toen de beide laatste korenmolens van de 
stad de Nooit Volmaakt en de hier beschreven De Hoop in een minder goede staat 
van onderhoud geraakten, kwam in 1941 onder de burgerij een actie van de grond 
om de toekomst van de molens zeker te stellen. In een vlugschrift van de hand van 
Gorkum’s eerste burger lezen we: ‘Thans dreigt er ernstig gevaar voor de twee 
laatste molens, die nog van Gorcum’s roemrijk verleden getuigen. Voor hun behoud 
dient de geheele burgerij pal te staan. Nu nog bestaat er een kans, dat zij voor lange 
jaren bewaard kunnen blijven, wanneer zij eensdeels behoorlijk worden hersteld, 
anderdeels van het z.g. stroomlijnsysteem worden voorzien. Alleen met toepassing 
van laatstgenoemde methode immers zal er sprake kunnen zijn van een nuttig 
krachtwerktuig, dat den eigenaar een redelijk stuk brood verschaffen kan’. Na hun 
herstel werden beide molens op 19 december 1943 met enig feestelijk vertoon 
opnieuw in bedrijf gesteld. Ten gevolge van een bombardement in de directe 
omgeving van de molen op 4 november 1944, zijn scheuren ontstaan in het 
voegwerk van de romp. Als uitvloeisel ging de stenen romp water doorlaten en 
werden vloeren en balklagen door schimmels aangetast. Omdat de eigenaar niet 
overging tot het noodzakelijke herstel, trad het gemeentebestuur met hem in 
onderhandeling om de molen over te nemen. In 1951 besloot de gemeenteraad 
uiteindelijk de molen voor ƒ 10.000, -- te kopen. Tevens werd besloten een bedrag 
van ƒ 5.000, -- beschikbaar te stellen voor het noodzakelijke herstel. Twee jaar 
tevoren, in 1949, was molenaar Van Beveren afgestapt van het gebruik van wind als 
krachtbron voor zijn bedrijf. Hij liet een elektrische installatie aanbrengen waarmee hij 
nog enkele jaren zijn molenaarsbedrijf bleef uitoefenen.
Van 1952 tot 1965 was de molen uitgerust met het wieksysteem Van Bussel, dat in 
laatstgenoemd jaar werd vervangen door het zogenaamde Oud-Hollandse systeem. 
In 1982, werd het gehele wiekenkruis vernieuwd.

VERSIERINGEN EN INSCRIPTIES


Groen geschilderde wit afgebiesde baard met opschrift:

 

DE HOOP
ANNO 1764

 

In een der balken heeft de toen 11-jarige zoon van molenaar Jan Baptist van de 
Wiele de volgende tekst gesneden:

 

DESE MOLEN AAN HET MALEN GEGAAN DEN 
19 JULY 1764
PIETER VAN DE WIELE

De laatste vakmolenaar van de molen, Gilles van Beveren, liet zich in dit opzicht ook 
niet onbetuigd. Hij bracht in de molen het volgende rijmpje aan:

Een molenaar is een grote dief
Van ieder zakje neemt hij zijn tarief
Al is het groot of is het klein
Hij neemt het zijn!

 

Overgenomen uit het boek: "Van maalwerktuigen tot cultuurmonumenten" van de Stichting Publikaties Alblasserwaard en Vijfheerenlanden.



Plattegrond  
  Index