Diverse Houtsoorten |
|
Volume |
Bijzondere |
Duurzaam- |
||||
|
Soort |
Groeiplaats |
Hoofdkleur |
gewicht |
eigenschappen |
heidsklasse |
Toepassing |
|
|
||||||
|
Dennen |
M. en Z. Europa |
grauwwit |
0,45 |
zacht, taai, veerkrachtig, geen hars, ronde harde kwasten, zware maten. |
IV |
balklagen, kapconstructies, fun- deringen en waterwerk, mits onderwater blijvend. betonhout. |
|
Grenen |
Europa en Noord-Azië |
donker geelachtig |
0,50 |
zacht, vrij vast, harsrijk, sterk |
IV |
bouwhout binnen en- buitenwerk, heipalen, masthout, dwarsliggers, damwand. |
|
Lariks (lerken of lorken) |
Europa en Noord-Amerika |
roodbruin |
0,60 |
zacht maar vast, weinig neiging tot werken. |
III |
water- en scheepsbouw, bouwhout, binnen- en buitenwerk, broeiramen, boompalen. |
|
Vuren |
geheel Europa, Noord-Siberië |
witgeel |
0,45 |
zacht, vrij vast, weinig hars |
IV |
het meest toegepast. heipalen allerlei binnenwerk, buitenwerk in de verf. bekistingen, stelhout en emballage, scheepsbouw (binnenbetimmering, sloepen en buikdenning). |
| naar boven | ||||||
|
Soort |
Groeiplaats |
Hoofdkleur |
Volume gewicht |
Bijzondere eigenschappen |
Duurzaam- heidsklasse |
Toepassing |
|
|
||||||
|
Alerce |
Chili |
roodbruin |
0,42 |
zacht, bros, rechtdradig, werkt weinig. |
II |
bouwhout binnen- en buitenwerk, klankbodems voor muziekinstrumenten. |
|
Hemlock |
N.O. en N.W. Veren. Staten en Z.O. en Z.W. Canada. |
witachtig tot geelbruin |
0,45 |
zacht, harsvrij, goed te bewerken. |
IV |
bouwhout binnenwerk, ook voor buitenwerk doch dan verduurzaamd. |
|
Amerikaans Grenen (pitchpine) |
geheel Noord Amerika. vooral Z.O. der Veren. Staten. Centraal Amerika |
geelbruin tot oranjebruin |
0,55-0,70 |
zeer harsrijk, dicht, sterk, zware maten. |
III |
buiten- en binnenbetimmeringen, scheepsdekken, buikdenning, meubelen, vloeren constructiehout. |
|
Oregon pine (douglas fir) |
W. van N. Amerika en Canada. |
geelbruin tot oranjebruin |
0,54 |
zacht, tamelijk harsrijk, weinig werken, zware maten. |
III |
voor waterwerk onder water. Fijner kwaliteit: rifvloeren lijst-en paneel- werken, triplex, ladderbomen. Bouwhout binnen- en buitenwerk. |
|
Parana pine |
Brazilië, Argentinië |
lichtbruin geelachtig, soms met rode strepen. |
0,55 |
vrij hard, rechtdradig, goed te verwerken. |
IV |
bouwhout binnenwerk, gereedschapstelen, meelstortkokers: veel gebruikt voor betimmeringen kerkbanken (gelamineerd). |
|
Redwood Californisch |
N.W. van N. Amerika (Californië, Oregon) |
roodbruin |
0,34-0,45 |
zeer zacht, rechtdradig, weinig werken, grote afmetingen. |
II |
binnen- en buitenwerk, lichte duurzame constructies, chemische industrie. |
|
Sitka spruce |
Westelijk N. Amerika |
creme-wit tot lichtbruin |
0,45 |
rechtdradig, sterk, vast, taai |
IV |
scheepsbouw (masten, betimmeringen, dekken), vliegtuigindustrie, roeiriemen, lijsten en betimmeringen. |
|
Western red cedar |
westelijk N. Amerika |
licht tot donker bruin, soms wat rosebruin. |
0,37 |
zacht, rechtdradig |
II |
binnen- en buitenwerk, voor lichte duurzame constructies, dakspanen (shingles). |
| naar boven | ||||||
|
Volume |
Bijzondere |
Duurzaam |
||||
|
Soort |
Groeiplaats |
Hoofdkleur |
gewicht |
eigenschappen |
heidsklasse |
Toepassing |
|
|
||||||
|
Acacia (Robinia) |
Europa, Canada |
geelgroen tot bruingroen. |
0,72 |
tamelijk hard, zeer vast, moei- lijk te splijten, weinig neiging tot werken, taai. |
II |
wagenmakerij, laddersporten |
|
Azijnhout |
Zuid-Europa, Noord-Afrika |
bruin |
0,90 |
hard, vast, zwaar, zeer sterk, moeilijk te splijten. |
III |
heiblokken, houten hamers, houten kammen in raderwerk, hak- en stansblokken. |
|
Berken |
Europa, Oostelijk Noord-Amerika, Japan |
witachtig |
0,67 |
zacht en taai met enige glans, zeer fijne nerf. |
V |
meubels en binnentimmerwerk, triplex, sportartikelen, huis- houdelijke voorwerpen. |
|
Beuken |
geheel Europa |
geelbruin tot rosebruin |
0,72 |
vrij hard, fijn van nerf, goed te verwerken. |
IV |
gereedschappen, huishoudelijke artikelen, dwarsliggers, school- meubelen etc. gebogen en gestoomd voor meubelen. draaiwerk. |
|
Eiken Europees |
geheel Europa |
bruingeel |
0,70 |
hard, vast, sterk, duurzaam, duidelijke vaten. |
II-III |
waterwerk, dwarsliggers, parket- vloeren, scheepsbouw, buiten- betimmerwerk, kuiperij, meubelen en zeer vele andere doeleinden. |
|
Esdoorn |
Europa, Noord- Amerika |
witgeel |
0,56-0,70 |
vrij hard, dicht en fijn van nerf; soms met veel pitjes = vogeloogahorn |
V |
betimmeringen, meubelen, parket- vloeren, triplex, fineer, huishoudelijke artikelen, sportartikelen, muziek- instrumenten. |
|
Essen |
geheel Europa, N. Amerika, Japan |
witachtig tot bruin |
0,67 |
vrij hard, zeer taai en veer- krachtig, moeilijk te splijten |
V |
wagenmakerij, gereedschapstelen, roeiriemen en turntoestellen, ladder- sporten, sleden, meubelen, betimmeringen. |
|
Haag-beuken en Steen-beuken |
Midden en Zuid-Europa |
grijswit |
0,74 |
zeer hard en zeer moeilijk splijtbaar. |
V |
schoenleesten, slagersblokken, houten hamers, tandwielen, katrollen etc. |
|
Hickory |
Oost-Noord Amerika |
geelbruin (spint wit) |
0,80 |
zeer taai, hard en sterk |
IV |
ski's, turnartikelen en verder waar taaiheid belangrijk is. |
|
Iepen |
geheel Europa, N. Amerika, Japan |
licht -tot donkerbruin |
0,55-0,70 |
taai, vast, trekvrij en moeilijk te splijten. |
IV |
meubels, wagenmakerij, model- en draaiwerk, landbouwgereedschap zuivelindustrie, gietmodellen. |
|
Kersen |
Midden – en Zuid-Europa |
geelbruin |
0,70-0,85 |
fijn van nerf, sterk en elastisch |
III |
meubelen, houtwaren. |
|
Linden |
Europa, Noord-Amerika |
wit tot lichtbruin |
0,56 |
zacht, vast, fijn van nerf, weinig werken. |
V |
snij- en beeldhouwwerk, tekenborden muziekinstrumenten, keukengerei, speelgoed. |
|
Noten |
geheel Europa, N. Amerika, kl. Azië, Europa |
grijs, grijs- bruin of paarsachtig bruin. |
0,64 |
vrij hard, sterk en taai, werkt weinig. |
III |
meubels en betimmeringen, geweerkolven, draaiwerk, muziek- instrumenten. |
|
Peren |
Europa |
roodbruin |
0,64-0,74 |
hard, fijne nerf, moeilijk te splijten. |
IV |
steekwerk en tekengereedschap, knoppen, grepen etc. |
|
Platanen |
Europa, O-N. Amerika |
lichtbruin |
0,56-0,64 |
hard, moeilijk te splijten, goed te verwerken, taai, fijn van nerf |
V |
houtwaren, stoffeerregels, meubelen (vervanging voor beuken) |
|
Populieren |
geheel Europa, N. Amerika |
wit tot grijsachtig wit |
0,45 |
zacht, fijn en dicht van nerf |
V |
klompen en lucifers, lichte emballage, autovloeren, keukengerei, speelgoed, tekenborden, triplex. |
|
Wilgen |
Europa |
lichtbruin |
0,45-0,55 |
zeer zacht, fijn van nerf, taai, goed splijtbaar. |
V |
klompen, mandenmakerij, rijshout, stelen, cricketbats. |
|
Tropische loofhoutsoorten |
||||||
|
Volume |
Bijzondere |
Duurzaam |
||||
|
Soort |
Groeiplaats |
Hoofdkleur |
gewicht |
eigenschappen |
heidsklasse |
Toepassing |
|
|
||||||
|
Bankirai |
Borneo |
licht tot diepbruin |
0,84 |
hard, zeer sterk, slijtvast. |
I |
waterbouwkundige constructies, scheepsdekken, klokken, stoelen, kuipen voor de chemische industrie, bedrijfsvloeren. |
|
Keroewing |
Malakka, Indonesië Borneo |
grijsbruin tot roodbruin. |
0,70-0,90 |
vast, vrij hard, sterk. |
III |
constructiewerken, brug- en havenwerken, wagon-, scheeps- en bedrijfsvloeren, dwarsliggers. |
|
Meranti donkerrode |
Malakka, Indonesië Filippijnen |
roodbruin |
0,64 |
vrij zacht, vrij vast, matig grove nerf, variabele kleur en gewicht. |
II |
binnen- en buitentimmerwerk, kozijnen, ramen enz. |
|
Merbau |
Indonesië Z.O. Azië |
geelbruin tot donker rood bruin. |
0,72-1,05 |
hard, vast, sterk, vrij grove nerf. |
I |
constructiehout voor binnen- en buitenwerk, betimmeringen, kozijnen, vloeren, traptreden. |
|
Ramin |
Serawak, Malakka |
strogeel |
0,67 |
hard en sterk, matig fijne nerf |
V |
meubelen, lijstwerk, traptreden, speelgoed, binnenbetimmeringen. |
|
Satijnhout |
India, Ceylon |
kanariegeel |
0,80-1,04 |
hard en zeer fijn van nerf. hoge satijnglans. |
II |
fijne betimmeringen, luxe meubelen, muziekinstrumenten, borstelwerk. etc. |
|
Teak, Java |
Java |
diepbruin tot lichtgoudbruin (soms zwart gevlamd) |
0,70 |
vrij grof van nerf, hard, vast, kalkhoudend, bestand tegen witte mieren. |
I |
winkelpuien, voordeuren, fijn binnentimmerwerk, scheeps-en wagonbouw, meubelen, waterwerk, zuivel en chem. industrie, scheeps- dekken, beeldhouwwerk, parketvloeren. |
|
Teak, Moulmain |
Burma, Thailand |
diepbruin |
0,70 |
egaler kleur dan java teak, iets zachter, niet kalkhoudend. |
I |
winkelpuien, voordeuren, fijn binnenbetimmerwerk, scheeps-en wagonbouw, meubelen, zuivel en chem. industrie, scheepsdekken, beeldhouwwerk. |
|
Yang |
Thailand |
roodachtig bruin |
0,70-0,90 |
bevat vrij veel harsachtige olie, dus niet gemakkelijk te schilder- en, vrij vast, hard en sterk. |
III |
constructiewerken, brug- en havenwerken, wagon-, scheeps- en bedrijfsvloeren, dwarsliggers, kozijnen, parket, broeiramen. |
|
Tropische loofhoutsoorten |
||||||
|
b. voornaamste West-Indische en Zuid-Amerikaanse houtsoorten. |
||||||
|
Volume |
Bijzondere |
Duurzaam |
||||
|
Soort |
Groeiplaats |
Hoofdkleur |
gewicht |
eigenschappen |
heidsklasse |
Toepassing |
|
|
||||||
|
Basralocus |
Suriname |
chocolade kleurig tot goudbruin. |
0,77 |
hard en vast, lastig te bewerken, bestand tegen paalworm, zware maten. |
I |
waterwerken, dwarsliggers, wagonbouw, bedrijfs- en parket- vloeren, puibetimmeringen, sluisdeuren. |
|
Bruinhart |
Suriname, Brazilië |
diepbruin met goudbruine strepen en vlammen. |
0,95 |
zeer hard, vast, rechtdradig, slijtvast. |
I |
parketvloeren, betimmeringen, knoppen en grepen. |
|
Ceder (Cedrela) |
Centraal- Amerika |
roodachtig bruin |
0,37-0,65 |
zacht, aromatische geur, gomhoudend. |
II |
jachtbouw, sigarenkisten. |
|
Groenhart Demerara |
Brits Guyana |
olijfgroen |
0,99 |
zeer hard en dicht, goed te be- werken, bestand tegen paalworm |
I |
zeeweringen, sluizen, remmingwerk, bedrijfsvloeren. |
|
Krappa |
Suriname, Guyana |
roodbruin |
0,65 |
matig hard, sterk |
III |
betimmeringen, meubels, kano's, scheepsdekjes, fineer. |
|
Mahonie |
Centraal Amerika, Antillen. |
roodbruin |
0,53-0,87 |
vrij hard, kan sierlijk getekend zijn, goed te bewerken. |
II |
fijne betimmeringen, sier- en meubelwerk, jachtbouw, fineerwerk. |
|
Manbarklak |
Suriname |
grijsbruin |
1,10 |
zeer hard, taai, zeer vast, stug en duurzaam. zeer lastig te bewerken. bestand tegen paalworm. |
II |
waterwerken, steigers, meerpalen |
|
Mora |
Suriname |
roodbruin tot donkerachtig |
1,04 |
vrij hard en dicht |
II |
havenwerken, brugdekken, constructiehout. |
|
Palissan-der, Rio |
Brazilië |
roodbruin met zwarte aderen |
0,75-0,90 |
zeer hard en sterk, matig fijne nerf. |
I |
meubelen, betimmeringen, muziek- instrumenten, luxe artikelen. |
|
Peroba de Campos |
Brazilië |
rose beige tot goudbruin |
0,75 |
vast, hard, sterk en taai |
I |
voor vrijwel alle constructiewerk, carosserie, wagon- en scheeps- bouwtoepassingen, kozijnen en ramen, broeikassen en ramen, vloeren, chemische industrie. |
|
Pokhout |
West-Indië, Centr. Amerika |
groenzwart tot olijfgroen geel spint. |
1,23 |
zeer hard en dicht, moeilijk te bewerken, voelt vettig aan: wordt per gewicht verkocht. |
I |
schijven voor rol- en blokwerk, voering voor kussenblokken: riemschijven, kegelballen. |
|
Purperhart |
Suriname en andere Guvana’s |
paarsblauw |
0,86 |
zeer hard en dicht |
decoratiewerk, kleine meubelen, draaiwerk, luxe houtwaren, fluiten etc. |
|
|
Rozehout |
Brazilië |
geelachtig met zalmkleurige strepen. |
0,96 |
zeer hard en vast, fijn van nerf |
meubels, fineer, luxe houtwaren, trommelstokken. |
|
|
Walaba |
Suriname |
steenrood |
0,90 |
vrij hard, sterk, geringe splijtsterkts en bros, sterk harshoudend. |
I |
constructiehout, havenwerken, (paalhout), bruggen, bedrijfsvloeren. |
|
Tropische loofhoutsoorten |
||||||
|
Volume |
bijzondere |
Duurzaam |
||||
|
Soort |
Groeiplaats |
Hoofdkleur |
gewicht |
eigenschappen |
heidsklasse |
Toepassing |
|
|
||||||
|
Afrormosia |
Ghana, ivoorkust, Kongo |
bruin |
0,70 |
vrij hard, zeer sterk en taai |
I |
meubelen, fineer, parketvloeren, betimmeringen. |
|
Afzelia |
tropisch Afrika |
lichtbruin, later donker roodbruin |
0,79 |
vrij hard, grove nerf, krimpt zeer weinig, sterk (doch bros) |
I |
constructiehout voor woningen, schepen, wagon- en carosseriebouw, puien, brugdekken, chemische industrie, parket, draai- en beeldhouwwerk. |
|
Avodiré |
tropisch W. Afrika |
geelachtig met satijnglans |
0,55 |
matig hard, fijne nerf, goed te verwerken. |
IV |
binnenbetimmeringen, meubelen, muziekinstrumenten. |
|
Azobé |
tropisch W. Afrika |
paarsachtig bruin. |
0,94-1,10 |
zeer hard, zeer sterk, grove nerf, zware kruisdraad, zwaar te bewerken, paalwormbestendig. |
I |
constructiehout voor de waterbouw, sluisdeuren, damwanden, brugdekken, buikdenning. |
|
Iroko |
tropisch Afrika |
geelachtig tot goudbruin. |
0,66 |
matig hard, sterk, vrij grove nerf. trekt en werkt weinig. |
I |
kozijnen, deuren, ramen, trappenhuizen, laboratoriumtafels, puibetimmeringen, parketvloeren. |
|
Limba |
tropisch. W. Afrika |
strogeel |
0,54 |
vrij zacht, grove nerf, rechtdradig. |
IV |
meubelen en betimmeringen, zowel massief als in de vorm van fineer en triplex. |
|
Mahonie (Sipo, Sapeli, Tiama) |
tropisch W. Afrika |
roze tot roodbruin |
0,50-0,77 |
vrij hard, soms kruisdradig |
II |
meubelen, betimmeringen en jachtbouw, parketvloeren. |
|
Makoré |
tropisch W. Afrika |
rozerood |
0,65-0,80 |
vrij hard, matig sterk, bevat saponine waardoor houtstof irriterend kan werken bij daarvoor gevoelige personen. |
I |
meubelen, betimmeringen, kozijnen, deuren. |
|
Okoumé |
West-Afrika |
rozerood tot lichtrood |
0,35-0,54 |
vrij zacht, fijn van nerf, vaak kruisdraad. |
IV-V |
meubelen, triplex, fineer, sigarenkisten. |
|
Tola branca |
Tropisch W. Afrika |
geelachtig rosebruin |
0,50 |
matig hard, vrij sterk, recht tot kruisdradig. |
II |
bouwhout buiten- en binnenwerk, carosseriebouw (binnen- en buitenwerk, vloeren), puibetimmeringen. |
|
Wengé |
Kongo |
zwart/bruin gestreepd of gevlamd. |
0,75-1,00 |
zeer hard, sterk, grove nerf. |
I |
meubelen, betimmeringen, parket- vloeren, traptreden, draaiwerk. |
|
Zebrano |
tropisch W. Afrika |
geel en bruin gestreept. |
0,60-0,88 |
hard, vast en sterk, matig grove nerf. |
winkelbetimmeringen, fineer, triplex, meubelen, decoratiewerk. |
|
|
Tropische loofhoutsoorten |
||||||
|
Volume |
Bijzondere |
Duurzaam |
||||
|
Soort |
Groeiplaats |
Hoofdkleur |
gewicht |
eigenschappen |
heidsklasse |
Toepassing |
|
|
||||||
|
Jarrah |
Australië |
donker roodbruin |
0.82 |
zeer hard, vast, sterk en zeer taai. |
I |
parketvloeren, havenwerken. |
|
Karri |
Australië |
bruinrood |
0,93-1,00 |
hard, zeer sterk, zeer taai. |
III |
waterwerken, brugplanken |