Historie
Drieƫnvijftig maalvaardige molen resten ons nog in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden, waar er tenminste 275 hebben gestaan. Die molens waren dan ook niet meer weg te denken uit het dagelijkse leven.
Korenmolens maalden graan tot meel om als grondstof te dienen voor brood en pap.
Zaagmolens zaagden bomen, die vaak via de rivieren ons land werden binnengevaren, tot balken en planken.
Op oliemolens werden zaden tot olie geslagen en pelmolens pelden gerst tot gort.
Deze molens hadden dus de inrichting om van dat specifieke product een groot aantal nieuwe producten en halffabricaten te maken.
Van alle industriemolens zijn er in ons gebied nog zes korenmolens over, die zich in Arkel, Bleskensgraaf, Gorinchem, Oud-Alblas en Streefkerk bevinden.
De poldermolens, die halverwege de 15e eeuw hun intrede deden, hadden de taak om de polder (de landerijen en gebouwen) droog te houden en te ontwateren.

Type molens
Windmolens komen in grote verscheidenheid voor. De naamgeving van het type is nogal ingewikkeld en heeft te maken met de constructie, het uiterlijk, de functie of een combinatie daarvan.Waar de wind vrijspel had, werden molens zodanig gebouwd dat ze vanaf de grond bediend konden worden. De uiteinden van de wieken scheren rakelings langs de grond. Deze molens worden daarom grondzeilers genoemd, (wipmolen, achtkante molen en de ronde stenen poldermolen).Verder is er nog onderscheid te maken in het kruiwerk van de molen. Dat is de techniek waarmee het wiekenkruis van een windmolen kan worden gedraaid. De bedoeling hiervan is om de molen in de juiste windrichting te kruien (draaien). He bovenhuis van een wipmolen draait (en rust) op de zetels van de ondertoren. Deze molens zijn dan ook uitgerust met een “zetelkruiwerk”.Bij een achtkante en ronde stenen molen bevindt het kruiwerk zich boven in de kap van de molen. Deze molens worden dan ook wel “bovenkruiers”genoemd.Zowel de wip als de achtkante en ronde stenen molen werden voornamelijk als poldermolen gebruikt.Deze poldermolens zijn van oudsher met een scheprad uitgerust. In de vorige eeuw zijn bij twee van onze molens het scheprad vervangen door een vijzel.In gebieden met de nodige bebouwing werden de molens op een voetstuk gezet, zodat er door deze gebouwen geen windbelemmering ontstond. Dit zijn de Stellingmolens. Een houten omgang, stelling genoemd, maakte het mogelijk om de zeilen aan te brengen, te zwichten (kleiner te maken) of te verwijderen. Ook kon op deze manier de vang (rem) bediend worden en het wiekenkruis gekruid (op de wind zetten).Op de kapzolder (hoogste zolder) zien we het bovenwiel dat op dezelfde as is gemonteerd als het wiekenkruis. Dit bovenwiel drijft de koningsspil aan, Via deze spil worden de molenstenen aangedreven. Door de groeven in de stenen wordt het graan tot meel gemalen.

Doorsnede van een wipmolen

Doorsnede van een wipmolen